Nieuws

29 maart 2010

Benoeming of ontslag van de schoolleiding

 

De WMS stelt dat de MR advies gevraagd moet worden bij ontslag of aanname van een nieuwe directeur. Wordt een bovenschoolse directeur aangenomen of ontslagen, dan komt deze bevoegdheid de GMR toe. Dat is helder, maar soms zijn zaken wat gecompliceerder. Gelukkig is er dan een geschillencommissie die een uitspraak kan doen over hoe zaken geïnterpreteerd moeten worden.

Zo is er een bestuur dat besluit geen clusterdirecteuren meer te willen hebben, maar dat iedere school een eigen directeur krijgt met een minimale betrekkingsomvang van 0.8 fte.
Twee MR’en hebben vrijwel direct te maken met het nieuwe beleid, omdat hun clusterdirecteur, die 50% op de ene school en 50% op de andere school werkt, zijn vertrek aankondigt. De MR’en wordt niet om advies gevraagd, omdat de directeur vrijwillig vertrekt. De MR’en twijfelen of dat vertrek vrijwillig is. Na veel doorvragen, blijkt er inderdaad sprake van ontslag te zijn. Het bestuur legt het advies toch niet voor, want er zou sprake zijn van zoveel vertrouwelijke gegevens dat de MR niet genoeg informatie zou hebben om goed advies te geven.

De geschillencommissie doet hierin de volgende uitspraak.

Wat betreft het voorstel dat iedere school zijn eigen directeur krijgt, zegt de commissie dat dit onder de wijziging van het managementstatuut valt. Omdat het alle scholen aangaat, moet deze wijziging ter advisering voorgelegd worden aan de GMR. Maar, zo stelt de commissie, hetzelfde voorstel had wat betreft de gevolgen van deze wijziging moeten worden voorgelegd aan de twee MR’en die het aanging. Daar zou immers het formatieplan wijzigen omdat de formatie van de directeur zou gaan wijzigen.

Over het ontslag van de directeur stelt de commissie het volgende. Als een directeur geschorst wordt, is het niet logisch dat de MR daarbij een advies zou hebben. Er is in dit geval echter geen sprake van schorsing, maar van ontslag en dus had beide MR’en om advies gevraagd moeten worden. Wat betreft de vertrouwelijkheid, stelt de commissie dat van een MR-lid verwacht mag worden dat hij om kan gaan met vertrouwelijke aangelegenheden en in dit geval de privacy van betrokkene kan garanderen. De commissie wijst erop dat de MR, conform de WMS, van het bestuur alle informatie ontvangt die de raad redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te kunnen vervullen. Tevens wijst de commissie op het feit dat in ieder reglement bepalingen rondom geheimhouding zijn opgenomen. De MR had de vertrouwelijke informatie moeten ontvangen.

Wat ook nog wel eens gebeurt is dat er een tijdelijke directeur komt of een directeur op detacheringbasis. Vaak denken besturen dat in dat geval geen adviesbevoegdheid geldt. Ook hier heeft de geschillencommissie een uitspraak gedaan. De commissie ziet geen argumenten om tijdelijke aanstellingen of aanstellingen op detacheringbasis buiten de adviesbevoegdheid te stellen. De commissie wijst erop dat artikel 17 van de WMS in zijn geheel dient te worden toegepast. Dat houdt in dat het advies gevraagd wordt op een tijdstip dat het advies nog wezenlijke invloed kan hebben op de besluitvorming, het bestuur de MR heeft uitgenodigd, het bestuur heeft laten weten wat hij met het advies doet en, als het bestuur het advies niet of slechts deels over wenst te nemen, het bestuur de MR uitnodigt voor een gesprek.

Zo ziet u, als de teksten in WMS en het reglement op verschillende wijzen geïnterpreteerd worden, kan de geschillencommissie een uitspraak doen. En soms is het gewoon een kwestie van goed lezen.
Een MR die zijn rechten en plichten kent en de weg weet te vinden in medezeggenschapsland, is al een heel eind op de goede weg. Volg daarom regelmatig een scholing op het gebied van medezeggenschap. En ieder nieuw MR-lid zou natuurlijk als eerste een basiscursus moeten volgen. Wij horen maar al te vaak verzuchten in een basiscursus: “had ik deze cursus naar gelijk gedaan. Ik heb vanavond meer geleerd dan een heel jaar MR-werk.”