Nieuws
Het functioneren van de (g)mr. Wat doen we goed, wat kan beter.
Iedere (g)mr houdt er zijn eigen werkwijze op na. En dat is maar goed ook. Er zijn pro-actieve (g)mr’en en slapende (g)mr’en, strijdbare (g)mr’en en (g)mr’en die voor alles de harmonie willen behouden. Toch is het goed om af en toe eens te kijken naar de wijze waarop de (g)mr functioneert.
Werkt de (g)mr op een bepaalde wijze omdat er bewust voor gekozen is, of omdat het zo gegroeid is? Voelen de (g)mr-leden zich daar nog steeds “happy’ mee? Zeker als er nieuwe leden in de (g)mr komen, is het goed om een gesprek aan te gaan over hoe een ieder tegen medezeggenschap aankijkt en welke manier van werken daar het beste bij aansluit. Welke verschillen zijn er en kan de (g)mr daar gebruik van maken en welke overeenkomsten hebben de (g)mr-leden met hun kijk op medezeggenschap. En wat betekent dat dan voor het functioneren van de (g)mr. Bent u er samen uitgekomen, dan is het wel zo handig om dat te bespreken met de overlegpartner van de (g)mr. Op schoolniveau is dat veelal de directeur, op gmr-niveau de bovenschools manager en op deelraadniveau de locatieleider.
De volgende vragen zou de (g)mr als richtlijn kunnen gebruiken bij een dergelijk gesprek:
- Wat is onze visie op medezeggenschap;
- Welke informatie willen wij in ieder geval graag ontvangen en van wie;
- Op welke wijze communiceren wij met onze overlegpartner;
- Met wie zouden wij ook de dialoog aan moeten gaan;
- Wanneer en op welke wijze betrekken we onze achterban bij onze werkzaamheden;
- Wat betekent dat voor onze werkwijze;


Print
Stuur deze pagina door