Veelgestelde vragen over algemeen functioneren

toon / verberg alle antwoorden

FAQ uit/inklappen

Hoe kan een mr beleid beoordelen?

Als eerste moet de (g)mr antwoord hebben op de vraag binnen welke visie of binnen welk strategisch beleid het beleid is opgesteld.

 

Een voorbeeld: als het bestuur in zijn visie op het

onderwijs aangeeft dat vertrouwen en veiligheid belangrijk is binnen de

scholen, dan kan de (g)mr in ieder geval het beleid daarop toetsen.

 

Het kan heel goed mogelijk zijn dat ook de (g)mr een bepaalde visie heeft

over hoe het onderwijs eruit moet zien. Dan heeft de (g)mr een tweede

kader om beleid te beoordelen.

 

Wat moet een (g)mr in ieder geval uit een beleidsnotie kunnen opmaken?

 

De Wet medezeggenschap op Scholen, de WMS, zegt daar het volgende

over: de beweegreden voor het voorstel, de gevolgen die het

voorstel naar verwachting zal hebben voor personeel, ouders en

leerlingen en de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.

 

Om  (g)mr-leden een handvat te bieden, hebben we onderstaand

een lijst opgesteld met vragen die u zichzelf kunt stellen bij het

lezen van een beleidsnotitie. Ook kunt u een stappenplan downloaden.

 

[pdf vragenlijst]

[pdf stappenplan]

 

Cursus Beoordelen beleid

FAQ uit/inklappen

Advies, een wassen neus?

Een van de verschillen tussen instemming en advies is dat instemming gegeven of onthouden moet worden en advies gegeven kan worden.

 

Met andere woorden, als de (g)mr om instemming gevraagd wordt, moet de (g)mr reageren. Als de (g)mr om advies gevraagd wordt, heeft de mr de mogelijkheid van zijn adviesrecht af te zien.

 

Dat wil echter niet zeggen dat het bevoegd gezag de keuze heeft een adviesvraag wel of niet voor te leggen aan de (g)mr. De WMS stelt namelijk het volgende (art. 11):

“De medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:”

 

Lees meer

FAQ uit/inklappen

Waar moet een voorstel tot invoering of wijziging van beleid aan voldoen?

In de WMS (art 8.6) wordt beschreven op welke wijze het bevoegd gezag een voorstel moet voorleggen aan de (g)mr en wat in het beleid opgenomen moet zijn.

 

In dit artikel staat dat als een voorstel ter instemming wordt voorgelegd aan een geleding van de (g)mr (omdat er bijvoorbeeld bij dat voorstel slechts de instemming van de personeelsgeleding of de oudergeleding of (in het voortgezet onderwijs) de leerling-geleding van de (g)mr gevraagd moet worden), de andere geledingen dit voorstel tegelijkertijd ter kennisname ontvangen.

 

In het voorstel moet een overzicht verstrekt worden van

§         de beweegredenen die het bevoegd gezag heeft om beleid in te voeren/wijzigen

§         de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor personeel, ouders en leerlingen

§         de maatregelen die naar aanleiding daarvan genomen worden

 

Met andere woorden: de (g)mr krijgt een afgerond voorstel. Nu is het mogelijk dat de (g)mr op een moment betrokken wordt bij het beleid dat nog niet helemaal duidelijk is welke consequenties het nieuwe of gewijzigde beleid met zich meebrengt. Dat is prettig, want nu kan de (g)mr (pro-)actief meedenken over de invoering van het beleid. Maak dan wel de afspraak dat aan het eind van het traject het volledige plan ter instemming wordt voorgelegd aan die geleding van de (g)mr die het aangaat.

 

Ook voor beleid(swijzigingen) die het advies van de gmr behoeven,  moet bovenstaande procedure gevolgd worden. Bij een adviesaanvraag moet echter ook nog de besluitvormingsprocedure die bij advies hoort, gevolgd worden.

 

FAQ uit/inklappen

Meer weten over scholing voor uw mr of gmr?

Veel gmr’en organiseren voor hun mr’en jaarlijks een introductiecursus voor hun nieuwe (g)mr leden. Wij verzorgen in één avond een actuele interactieve cursus waarin u leert wat een mr mag, kan en (niet) moet. Vaak horen we de reactie “dit hadden we eerder moeten doen” van de deelnemers. Daarnaast heeft de CNV Onderwijs Academie een uitgebreider cursusaanbod. Kijk hier voor meer informatie. De CNVO Academie heeft het CEDEO keurmerk bedrijfsopleidingen: een garantie voor kwaliteit!

FAQ uit/inklappen

Moet het bevoegd gezag de (g)mr informatie geven?

Ja, het bevoegd gezag heeft een actieve informatieplicht. In de WMS  is in artikel 8.1 het volgende opgenomen:

 De medezeggenschapsraad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

 

 

Wat “redelijkerwijs’ is valt te bediscussiëren en daar zal ongetwijfeld jurisprudentie over ontstaan, maar de WMS geeft in artikel 8, lid 2 aan welke informatie de (g)mr in ieder geval moet ontvangen.

 

Lees meer (pdf)

FAQ uit/inklappen

Wie is de overlegpartner van de mr, gmr en deelraad?

In de Wet Medezeggenschap Scholen (WMS), wordt de term het “bevoegd gezag” gehanteerd.  Met het bevoegd gezag wordt bedoeld degene(n) die eindverantwoordelijk zijn binnen de stichting of vereniging. Meestal  is dat het bestuur. In de WMS en in uw eigen reglement zult u ook dikwijls lezen dat het bevoegd gezag de mr of gmr van informatie moet voorzien en dat het bevoegd gezag de overlegpartner is van de mr en gmr.

 

Toch komt het in de praktijk maar zelden voor dat de mr en gmr overleg hebben met het bestuur. De mr heeft bijna altijd als overlegpartner de directeur van de school of, in het voortgezet onderwijs,  van een locatie of afdeling. Hoe kan dat?

In de WMS staat (art. 6.5) dat het bevoegd gezag een lid van de schoolleiding kan opdragen de besprekingen met de mr te voeren en als het bevoegd gezag dit opdraagt, dan is daarmee de directeur of locatieleider de formele overlegpartner van de mr geworden.

 

Betekent dit dat de mr van een school dan nooit overleg voert met het bestuur? Inderdaad, maar de WMS stelt in een ander artikel (art. 24.1.e), dat als het bevoegd gezag de schoolleiding heeft opgedragen om namens hem het overleg te voeren met de mr, in het mr-reglement opgenomen moet worden in welke gevallen het bestuur zelf het overleg voert met de mr.

 

Wie is de overlegpartner dan van de gmr, als het bestuur dat niet is?

Het is niet logisch dat een directeur van een school het overleg voert met de gmr. De gmr bespreekt immers bovenschoolse zaken. Ook daar heeft de WMS in voorzien. Naast de mogelijkheid die de WMS geeft om een lid van de schoolleiding het overleg te laten voeren, wordt in artikel 6.5 ook gesproken over “een personeelslid dat managementtaken  verricht voor meer dan één school”. Hierbij moet u denken aan een bovenschools directeur of een bovenschools management(team).

 

Niet alleen in het eigen (g)mr-reglement kunt u lezen wie uw overlegpartner is en in welke gevallen u het overleg voert met het bestuur, ook in het managementstatuut is dit opgenomen en ook in het medezeggenschapsstatuut is dat beschreven.

FAQ uit/inklappen

Mag een mr-lid dat met ziekte- of zwangerschapsverlof is vervangen worden?

De Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) doet hier geen uitspraak over. De WMS stelt slechts dat de verkiezingen geregeld moeten worden in het mr-reglement. Hierin zou geregeld kunnen worden dat zowel mr-leden als plaatsvervangend mr-leden gekozen worden. In praktijk komt het ook weinig voor. Omdat het soms erg lastig is om in een niet complete mr te functioneren, kan de mr een langdurig ziek mr-lid verzoeken terug te treden uit de mr. Daarna kunnen er verkiezingen uitgeschreven worden voor een nieuw mr-lid. Het nieuw gekozen mr-lid zit de zittingsperiode van het zieke mr-lid uit.

FAQ uit/inklappen

Wie mag bij de vergadering van de mr of gmr aanwezig zijn?

§         Uiteraard de leden van de raad.

§         Daarnaast kan de (g)mr adviseurs uitnodigen. Deze hebben spreekrecht, maar geen stemrecht.

§         Personeelsleden van de school en ouders/leerlingen van de school mogen ook bij de (g)mr-vergadering zijn, maar hebben geen spreekrecht (tenzij de mr dat wenst) en geen stemrecht.

§         De directie heeft als overlegpartner het recht om zaken toe te lichten bij een (g)mr vergadering.  Daarom is het gebruikelijk om vooraf overleg te voeren over de agenda-inhoud en tijd. De directie heeft geen spreek- en stemrecht, tenzij hij/zij door de raad als adviseur is uitgenodigd voor een bepaald onderwerp op de agenda.

FAQ uit/inklappen

Waarom is er een medezeggenschapsstatuut verplicht gesteld?

Besturen worden door deregulering autonomer en kiezen steeds meer zelf voor de inrichting van hun organisatie. De Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) zorgt ervoor dat de medezeggenschapraad een belangrijke functie blijft vervullen.

 

De WMS geeft een grote variëteit aan mogelijkheden tot het inrichten van de medezeggenschapsstructuur bij één of bij samenwerkende organisaties. Daarom is in de Wet bepaald dat in medezeggenschapsstatuut (WMS art 22) afspraken worden gemaakt over:

§         de organisatiestructuur  van de medezeggenschap en de soorten raden

§         de wijze waarop en de termijnen waarbinnen informatie wordt verstrekt

§         de onderlinge communicatie tussen alle raden en het bevoegd gezag

§         de faciliteiten voor de leden in de raden

§         wie het overleg voert met welke raad

FAQ uit/inklappen

Kan een besluit uitgevoerd worden als de instemming niet is gegeven?

Nee, dat mag niet. Het bevoegd gezag heeft volgens de Wet Medezeggenschap Scholen (WMS)  de  voorafgaande  instemming nodig van de (g)mr alvorens het besluit uit te voeren.

 

Wil het bestuur het voorgenomen beleid uitvoeren dan heeft het bestuur twee mogelijkheden:

1. Het bestuur past het beleid zodanig aan dat de (g)mr zich kan vinden in het beleid

2. Het bestuur gaat naar de geschillencommissie

 

Het bestuur moet binnen 3 maanden nadat de instemming is onthouden aan de (g)mr meedelen of hij naar de geschillencommissie gaat. Gebeurt dit niet, dan is het voorgenomen beleid van rechtswege vervallen.

FAQ uit/inklappen

Welke termijnen gelden voor de tijdigheid van stukken en voor instemming en advies?

De wet geeft geen vaste termijnen. In de WMS verplicht artikel 22 c  om afspraken te maken in het medezeggenschapsstatuut over de wijze waarop en over de termijnen waarbinnen informatie beschikbaar wordt gesteld om de medezeggenschap goed uit te kunnen voeren.

 

Tenminste tien dagen voorafgaand aan ingeroosterde - geplande vergaderingen is het beschikbaar hebben van relevante stukken gewenst om desgewenst navraag te kunnen doen bij deskundigen.

 

Als termijn voor instemming en advies kan een termijn (bv zes weken) worden afgesproken, met daarbij de opmerking dat beide partijen kunnen verzoeken om eerder of later te reageren. Komen partijen er niet uit dan geldt de afgesproken termijn.

FAQ uit/inklappen

Welke beleidsstukken moet de (g)mr ontvangen en wanneer?

CNV Onderwijs heeft (voor leden) in het primair en voortgezet onderwijs een overzicht gemaakt van alle (deel)notities die de mr’en of (g)mr’en moeten of kunnen ontvangen. Daarbij is aangeven welke bevoegdheid de mr of gmr bij de (beleids)notitie heeft en kunt u lezen op basis van welk wetgeving de notitie ontwikkeld moet worden. Ook wordt aangegeven of de notitie jaarlijks of periodiek moet worden aangepast.

 

Brochure Overzicht beleidsplannen aanvragen?